De sneaker regeert al jaren onbetwist in de garderobe van de Nederlandse man, maar dit najaar schuift er iets anders naar voren. Op de catwalks van Milaan verschenen Ralph Lauren, Etro en Giorgio Armani allemaal met een eigen versie van de loafer, gedragen onder pakken, chino's en zelfs bij een spijkerbroek. Ook op kantoor zie je 'm steeds vaker de plek innemen van de klassieke oxford of de witte sneaker. Tijd om uit te zoeken waarom, en hoe je 'm zelf goed draagt.
Waarom de loafer nu overal opduikt
De verklaring zit vooral in de manier waarop mannen zich kleden voor werk. Strikte dresscodes zijn verdwenen, maar helemaal los gaan in sneakers voelt op veel kantoren nog ongemakkelijk. De loafer vult precies dat gat. Hij is net zo makkelijk aan te trekken als een sneaker, maar oogt verzorgd genoeg voor een vergadering of een etentje erna. Stylisten noemen hem inmiddels de nieuwe oxford voor wie business casual draagt, juist omdat hij minder stijf zit en geen veters nodig heeft.
Daarnaast speelt comfort een grote rol. De meeste loafers van dit moment hebben een lichte rubberzool in plaats van leer, waardoor ze ook op nattere dagen bruikbaar zijn. Dat maakt het verschil met je nette sneakers kleiner dan je zou denken: je wisselt niet in op gemak, maar wint wel aan uitstraling.
Ook de derbyschoen duikt dit seizoen weer op in de collecties, maar die vraagt om veters en een stuggere pasvorm, precies het gedoe waar de loafer vanaf is. Daar zit het echte verschil: de loafer combineert het gemak van een instapschoen met de uitstraling van een echte leren schoen, zonder dat je er elke ochtend tien minuten extra voor nodig hebt.
Pennyloafer of tasselloafer, dit is het verschil
Binnen de familie van loafers zijn er twee klassiekers. De pennyloafer heeft een smal bandje over de wreef met een inkeping waar vroeger letterlijk een muntje in werd gestoken, vandaar de naam. Hij oogt het meest ingetogen en past het makkelijkst bij een pak. De tasselloafer heeft twee kwastjes aan de voorkant en voelt iets losser, ideaal bij een chino of een linnen broek in het weekend.
Beide schoenen vallen onder wat op Wikipedia de familie van instapschoenen heet, een categorie die al sinds de jaren vijftig onderdeel is van de herengarderobe en steeds weer terugkomt. Dat de loafer nu opnieuw aanslaat, is dus geen kortstondige rage maar een cyclus die zich al decennia herhaalt.
Zo combineer je een loafer zonder dat het overdreven oogt
Het makkelijkste startpunt is een donkere pennyloafer in leer, die je zowel bij een pak als bij een nette broek met trui kunt dragen. Combineer hem met een iets wijdere pantalon, zodat de schoen zichtbaar blijft en niet wegvalt onder de zoom. Wil je 'm casual houden, draag de loafer dan onder een jeans met een licht opgerolde pijp, zodat de wreef goed te zien is.
Twijfel je over de kleur, begin dan met zwart of donkerbruin. Die twee gaan overal mee samen en vallen niet op in de verkeerde outfit. Pas als je al een paar basics in de kast hebt staan, is het de moeite om iets opvallenders te proberen, zoals een bordeauxrode of groene suede uitvoering. Die trek je dan juist aan om op te vallen, niet om jezelf onzichtbaar te maken tussen je andere schoenen.
Voor kantoor werkt de loafer uitstekend in combinatie met de casual chic outfits die dit jaar al populair waren: een overhemd zonder stropdas, een nette broek en een blazer erover. En nu de temperaturen dalen, kun je de look afmaken met een coltrui onder een gebreid vest, precies het soort gelaagde outfit waar de loafer dit seizoen bij past.
Sokken wel of niet, en andere twijfels opgelost
Op blote voeten draag je de loafer het liefst alleen in de zomer. In het Nederlandse najaar kies je beter voor een onzichtbare sneakersok of een dunne enkelsok in een neutrale kleur, zodat je het sockless effect behoudt zonder koude voeten. Vermijd witte sportsokken, die breken de hele look.
Over materiaal: suede oogt luxueuzer maar is gevoeliger voor regen, leer is robuuster en makkelijker schoon te maken. Voor Nederland is leer met een lichte coating meestal de slimste keuze. Behandel je schoenen wel met een beschermspray voordat je ze voor het eerst buiten draagt, dat voorkomt vlekken bij de eerste regenbui.
Een laatste twijfel die vaak terugkomt: past een loafer wel bij een drukke werkdag waarin je veel loopt? Het antwoord is ja, zolang je kiest voor een exemplaar met een iets dikkere zool en voldoende steun onder de voet. De dunne, platte loafers uit de jaren negentig zijn niet meer de norm, de nieuwe generatie is gebouwd om een volle dag mee te gaan.
Waarom dit de slimste schoenaankoop van het najaar is
Een goede loafer gaat jarenlang mee, past bij vrijwel elke outfit die je al in de kast hebt en bespaart je de ochtendlijke twijfel tussen net en casual. Terwijl veel modetrends na een seizoen alweer voorbij zijn, is de loafer een investering die blijft renderen, ook als de volgende sneakerhype alweer is aangebroken.
Koop liever één goed paar van stevig leer dan twee goedkope varianten die na een winter al scheuren vertonen. Een loafer van kwaliteit kun je laten resolen zodra de zool is afgesleten, waardoor hij jaren meegaat in plaats van na één seizoen bij het oud papier te belanden. Zie het als het schoeisel-equivalent van een goede jas: duurder in aanschaf, maar per draagbeurt uiteindelijk goedkoper dan de sneakers die je elk jaar vervangt.